The Next Level: Kevin Weijers’ ‘21 dagen niet klagen’

We kennen het allemaal: voordat je aan iets nieuws begint, ga je brainstormen, schrijf je je ideeën op en maak je een plan. Goed bedoeld, schrijft Kevin Weijers in zijn boek ‘21 dagen niet klagen’, maar het werkt niet. “Brainstormen, geeltjes plakken en plannen maken, zijn allemaal manieren om heel druk te zijn, zonder eigenlijk écht iets te doen. Het zijn allemaal goedbedoelde vormen van hetzelfde: nog meer nadenken.”

In zijn boek ‘21 dagen niet klagen’ beschrijft Kevin zijn aanpak voor ‘nieuwe dingen doen’. Dit doet hij aan de hand van 34 experimenten die hij wereldwijd heeft uitgevoerd. Zijn verhalen zijn vlot en persoonlijk geschreven en zo leuk dat je ze het beste zelf kan lezen.

In deze blog zal ik dan ook niet Kevins verhalen samenvatten, maar kijken naar de hoofdlijnen die je uit zijn ervaringen kan halen. Ook vergelijk ik Kevins aanpak met de Ynnovate-methode, want als Ynnovator voel ik me toch wel een beetje aangesproken met het ‘brainstormen, geeltjes plakken en plannen maken’. Is zo’n manier van werken echt alleen maar een goedbedoelde vorm van nog meer nadenken?

 

21 dagen niet klagen

De titel van Kevins boek verwijst naar één van zijn experimenten. Bij deze uitdaging, bedacht door Will Bowen, probeer je 21 dagen lang niet negatief te doen over een situatie zonder de intentie te hebben die te veranderen. Doe je het toch, dan gaan je 21 dagen opnieuw in.

Eitje? Kevin deed er drieënhalve maand over om dit 21 dagen achter elkaar vol te houden…. Het blijkt nog best lastig te zijn om echt niet te klagen, te schelden of te roddelen.

Hoewel je hier dus best even zoet mee kan zijn, gaat deze challenge niet alleen om de uitdaging zelf. Waar het om draait is hoe je tegen mensen en situaties aankijkt en hoe je je richt op wat je wél kan veranderen. Dit experiment vat daarmee de essentie van de verhalen in Kevins boek mooi samen: nieuwe dingen doen heeft alles te maken met perceptie en actie.

 

Ennnnnn….. Actie!

In de kern is Kevins boodschap heel eenvoudig: ga gewoon wat doen en kijk wat er gebeurt.

Kevin probeerde bijvoorbeeld wat er gebeurt als je (bijna) niet meer aan e-mail doet. Het resultaat was duidelijk: “Het bespaarde tijd, het samenwerken met collega’s werd effectiever (en een stuk leuker), en niemand had iets van het experiment gemerkt (lees: er last van gehad).”

Uiteindelijk had Kevin nog maar tien uur per week nodig voor zijn fulltimebaan. De rest besteedde hij aan projecten waar verder niemand aan toekwam. Iedereen tevreden, behalve zijn baas. Ondanks de goede resultaten vond zij het niet de bedoeling om zoveel tijd te besteden aan werk waar je niet voor bent aangenomen. “Om het niet onnodig ingewikkeld te maken”, schrijft Kevin in zijn boek, “besloot ik ‘te helpen’ en ontslag te nemen.”

Durven we dat?

Oei, zo efficiënt werken dat je jezelf overbodig hebt gemaakt? Voor de meesten van ons is dat even slikken. Maar Kevin concludeert opgewekt: “En zo ontstond ruimte voor iets nieuws”.

Deze manier van denken vormt een tweede rode draad in Kevins boek. Wat nou als je eens anders tegen dingen aankijkt?

Kevin besloot om in tachtig experimenten de wereld rond te gaan. Het idee was om steeds naar een ander land te gaan en daar een week lang een organisatie te helpen met een nieuw idee, in ruil voor eten en onderdak. De hele wereld overvliegen, steeds een nieuwe klus vinden, dan in één week een probleem oplossen waar je niets vanaf weet en dat alles zonder plan. Hoe doe je dat?!

Ook als je het minder groots aanpakt, kan het overweldigend zijn om aan iets heel nieuws te beginnen. Kevin heeft hier een eenvoudige, maar sterke oplossing voor: vraag jezelf wat je zou doen als het makkelijk was. Voor Kevins avontuur was dat bijvoorbeeld: “dan boek ik een goedkoop vliegticket op internet”.

Het klinkt simpel, maar ook voor mij doet dit ene zinnetje wonderen. Als ik geen idee heb hoe ik iets nieuws ga aanpakken, heb ik zo de eerste stap te pakken. En de volgende, en de volgende, etcetera. En mocht het toch niet helemaal werken, dan kan je altijd snel bijsturen zonder dat je veel tijd bent kwijtgeraakt. Zoals Kevin schrijft, “Herinner jezelf eraan dat als je nu klein begint, je over drie maanden altijd verder bent dat iemand die nog steeds aan het brainstormen is.”

 

En wat gaan we dan doen?

Oké, dus we gaan niet te lang nadenken en gewoon aan de slag. Maar zelfs als je geen uitgebreide plannen maakt, heb je wel eerst een idee nodig voordat je iets nieuws kan gaan doen. Veel innovatiemethodes gebruiken hier brainstormtechnieken voor, maar Kevin pakt dat anders aan. Hij vraagt zich af waar hij nou echt nieuwsgierig naar is en gaat daarmee aan de slag.

Daarbij raadt hij aan om vooral zelf te bepalen wanneer je vindt dat je experiment succesvol is. Dus geen eindeloze KPI’s op basis van wat anderen van je lijken te verwachten, maar gewoon wat je zelf belangrijk vindt. Is dat geld verdienen? Iemand helpen? Iets nieuws leren? Dit maakt het een stuk makkelijker om te kiezen wat je wil gaan doen en daarmee aan de slag te gaan.

 

Experimenteren en Ynnovate

Zoals ik in de inleiding al zei, voel ik me als Ynnovator wel een beetje aangesproken met het ‘brainstormen, geeltjes plakken en plannen’. Werkt dit echt zo averechts? Mij valt het op dat, ondanks de verschillen in aanpak, de Ynnovate-methode en Kevins manier van experimenteren helemaal niet zo ver van elkaar af liggen.

Als Ynnovators helpen we teams om hun nieuwsgierige kant naar boven te halen en alle mogelijke bezwaren en uitstelneigingen van zich af te zetten. In plaats van eindeloos mitsen en maren en plannen maken, laten we mensen in vier uur bedenken wat ze als team willen doen en gelijk ook de eerste stappen zetten. Wat mij betreft is dit de teamversie van experimenteren zoals Kevin dat doet: je perceptie veranderen en dan aan de slag!

Tegelijk merk ik dat na de Ynnovatesessie nog wel eens een bottleneck ontstaat op het moment dat de ideeën gerealiseerd moeten worden. De opdrachtgever en het team gaan naar huis met compleet nieuwe ideeën waarvan ze niet zeker weten hoe ze uit gaan pakken. Dit maakt het verleidelijk om toch eerst weer allerlei rapporten en plannen te gaan maken. Om nog maar een mooie quote te gebruiken: “Hoe ambitieus, begrijpelijk en verleidelijk ook, het verhindert exact dat wat we willen: beginnen.”

Aan het eind van zijn boek schrijft Kevin: “Een mogelijk alternatief om de ruimte tussen denken en doen te overbruggen is met een experiment. Een manier om vanuit nieuwsgierigheid te ontdekken wat het oplevert zodra je begint. (…) Want in plaats van vooraf proberen de toekomst te voorspellen, kun je ook beginnen en je laten verrassen door wat volgt.” Dit lijkt me het volgende niveau voor innovatie binnen de overheid: haal diep adem, en ga gewoon doen!

 

Tot slot: Heb jij wel eens geprobeerd om 21 dagen niet te klagen? Hoe ging dat? En hoe pak jij veranderingen aan? Ook gewoon beginnen of toch maar eerst de plannen uitwerken? Laat vooral je reactie achter!

En last but not least: met veel dank aan Kevin Weijers voor een exemplaar van zijn boek ‘21 dagen niet klagen – en nóg 33 experimenten voor een verfrissende blik op je werk en leven’!

About Wendy Brooshooft

Sessies begeleiden, presenteren, pitchen, sessies en workshops geven, daar kan je Wendy ’s nachts voor wakker maken. Sinds 2017 is zij actief als Ynnovator en vanaf september 2020 als fulltime Innovatie Booster. Wendy kijkt graag naar wat er anders kan, en dan vooral beter, leuker en fijner voor de mensen die ermee te maken krijgen.
This entry was posted in Blogpagina. Bookmark the permalink.

Comments are closed.