Zo overleef je als veranderaar binnen de overheid

Op mijn eerste werkdag zei mijn collega heel serieus: “Ik houd natuurlijk van de gebaande paden, maar dat herken jij zeker wel?” Bijna had ik me omgedraaid en de deur weer achter me dichtgetrokken.

Voor veranderaars binnen de overheid is het dagelijkse praktijk. Jij staat klaar om vol energie alles anders te gaan doen, maar je collega’s doen niets liever dan alles bij het oude laten.

Onderling mopperen we hier graag over. En dat is soms ook best even lekker. Ik betrap me er zelf steeds vaker op, maar vraag me ook af wat dit eigenlijk oplost. Zou het niet leuker zijn als we én tegen de stroom in kunnen blijven veranderen én daar vrolijk en optimistisch onder kunnen blijven?

Terwijl ik op vrijdagavond door mijn studieboeken worstel – hoezo, ‘te laat beginnen is voor pubers’? – kom ik een mooi onderzoek tegen. Het gaat over mensen die zich in allerlei ongunstige situaties staande weten te houden en daar zelfs blij en gelukkig onder zijn. Tijd voor een stukje toegepaste psychologie.

Gestreste managers en blije eieren

In de jaren tachtig voerde Salvatore Maddi een onderzoek uit naar managers van het bedrijf Illinois Bell Telephone (IBT). Door privatisering had IBT te maken met bezuinigingen, ontslagen en constante veranderingen. Dit alles zorgde voor een hoop onzekerheid en stress bij het personeel. Twee derde van de managers had dan ook last van hartklachten, angststoornissen en andere serieuze gezondheidsproblemen. En de managers die niet onder die twee derde vielen? Die liepen rond als een blij ei en bloeiden helemaal op.

Mijn eerste gedachte is dat dit misschien de beruchte ‘psychopaten in de top’ waren. Aan de andere kant is die groep nou ook weer niet zo groot. Hier moest dan ook iets anders aan de hand zijn. Maddi en zijn team ontdekten dat de managers die nog steeds fluitend naar werk gingen een belangrijke eigenschap deelden: ze hadden allemaal een flinke dosis weerbaarheid.

 

 

Zo doe je dat

Klinkt simpel, ‘weerbaarheid’, en ik vind het zelf ook niet de meest inspirerende term. Volgens het woordenboek betekent weerbaar zijn zoiets als ‘in staat zijn tegenstand te bieden, je kunnen verweren’. Dit klinkt star en defensief, maar weerbare mensen, zoals die managers van IBT, zijn juist alles behalve dat.

Er zijn drie strategieën die mensen met een flinke dosis weerbaarheid altijd toepassen:

  1. Ik durf het bijna niet op te schrijven, maar weerbare mensen zien elke verandering als een uitdaging. Cliché, maar er zit wel wat in. Als we het over innovatie hebben, gaat het al snel over collega’s die niet mee willen werken en hoe vervelend dat wel niet is. We krijgen het gevoel dat we trekken aan een dood paard en nooit echt veel kunnen bereiken, zolang onze collega’s niet veranderen. Maar wat nou als we onze collega’s wat minder zouden pushen om iets te zijn wat ze niet zijn, en wat meer gaan kijken naar wat we kunnen bereiken met de eigenschappen die ze wel al hebben? Ik kan niet garanderen dat dit gelijk tot allerlei snelle innovaties leidt, maar de sfeer wordt er in ieder geval een stuk beter van.
  2. Deze houding vraagt natuurlijk wel om een flinke dosis toewijding. Weerbare mensen hebben een uithoudingsvermogen waar je u tegen zegt. Als we de overheid echt willen veranderen, moeten we bereid zijn daar gewoon heel erg veel tijd in te steken.
  3. Ten slotte geloven weerbare mensen dat hun eigen acties altijd tot goede resultaten kunnen en zullen leiden, ook in hele lastige situaties. Niet omdat ze naïef of arrogant zijn, maar vanwege hun interne locus of control. Kort gezegd betekent dit dat ze de controle altijd binnen zichzelf leggen. In plaats van zich slachtoffer te voelen van omstandigheden, zijn ze steeds op zoek naar wat ze zelf kunnen doen om problemen op te lossen. We kunnen mopperen dat onze collega’s niet meewerken en zeggen dat we echt alles al geprobeerd hebben, of we kunnen blijven zoeken naar de dingen in onze omgeving waar we wel invloed op hebben.

Ondertussen in het echte leven

Maandagochtend acht uur, ik zit er helemaal klaar voor. Ik ga niet meer mopperen, weerbaar zijn en fluitend de overheid veranderen.

Dat stukje over toewijding stelt me ergens wel gerust. Het hoeft allemaal niet in één dag opgelost te zijn. Ook vind ik het heel interessant om te kijken welke eigenschappen van collega’s goed in te zetten zijn voor verandering, ook als zij zelf veel waarde hechten aan stabiliteit. En van die interne locus of control word ik gewoon heel blij. Mijn focus richten op die dingen waar ik zelf grip op heb, geeft een hoop energie.

Maar dan komt het. Diezelfde maandagochtend om tien uur hebben we weekstart. Onderwerp is een deadline die we niet lijken te gaan halen, terwijl het nou net voor deze klus zo belangrijk is dat we op tijd leveren. Ik vraag mijn collega’s hoe zij dit probleem zouden willen oplossen. ‘Nou gewoon’, zeggen ze opgewekt, ‘we kunnen toch de deadline een paar weken verplaatsen? Dat doen we toch altijd?’

Er schieten een hoop dingen door mijn hoofd, geen van allen in de categorie ‘ik zie het als een uitdaging niet als een probleem’. Ik tel tot tien en adem een paar keer goed in en uit. Weerbaar als ik ben ga ik vervolgens dapper op zoek naar nog een andere manier om met dit soort situaties om te gaan, zonder me druk te maken, zonder te mopperen.

Maar eerst even koffie halen. En over het weekend praten. Weerbaarheid is leuk, maar misschien niet voor de maandagochtend.

About Wendy Brooshooft

Sessies begeleiden, presenteren, pitchen, sessies en workshops geven, daar kan je Wendy ’s nachts voor wakker maken. Sinds 2017 is zij actief als Ynnovator en vanaf september 2020 als fulltime Innovatie Booster. Wendy kijkt graag naar wat er anders kan, en dan vooral beter, leuker en fijner voor de mensen die ermee te maken krijgen.
This entry was posted in Blogpagina. Bookmark the permalink.

Geef een antwoord